Header
Layout Balk
Layout Balk Layout Balk

Layout Balk Back
Home
Zoek
Sitemap
Sitemap

Lijntje
Lijntje

English

Leerwinst en toegevoegde waarde voor wiskunde, technisch lezen en spelling in 1e en 2e leerjaar.

Dit rapport behandelt de vorderingen die leerlingen in de loop van het eerste en tweede leerjaar maken voor wiskunde, technisch lezen en spelling. Een eerste vaststelling betreft de grote verschillen tussen leerlingen. Die verschillen zijn groter tussen leerlingen met een verschillende sociale of etnisch-culturele achtergrond dan bijvoorbeeld tussen jongens en meisjes of tussen leerlingen die vroeger of later op het jaar geboren zijn. Die verschillen zijn er ook al vanaf het prille begin van de lagere school. Inzake wiskundevaardigheid bv. starten Vlaamse kansarme kinderen het eerste leerjaar al met een achterstand van bijna één trimester (31 % van een schooljaar) ten opzichte van modale Vlaamse leerlingen. Die achterstand verandert nauwelijks in de loop van het eerste en het tweede schooljaar. Anderstalige kansarme leerlingen starten met veel meer achterstand, naargelang van de taalgroep variërend van bijna 40% tot ruim 90% van een schooljaar. Maar opvallend is dat die anderstalige kansarme leerlingen in de loop van het eerste leerjaar een drastische inhaalbeweging maken. Op het einde van het eerste leerjaar bedraagt hun achterstand nog één derde tot de helft van een schooljaar. Op dit vlak blijkt ons lager onderwijs dus in zekere mate gelijkmakend te werken. In het tweede leerjaar verandert er echter ook voor anderstalige kansarmen nog maar weinig aan de achterstandsposities.

Verhaeghe, J.P. & Van Damme, J. (2008). Leerwinst en toegevoegde waarde voor wiskunde, technisch lezen en spelling in eerste en tweede leerjaar. (= SSL-rapport nr. OD1/05). Leuven, Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen, 135 pp.
Lees meer
Meer jongens en minder meisjes stromen ongekwalificeerd uit het onderwijs

Jongeren die weinig weten te halen uit wat de school te bieden heeft, zijn geen grote uitzonderingen. Ze vormen een minderheid die voldoende omvangrijk is om een plaats te krijgen op de agenda van beleidsmakers. Dit rapport vormt een schakel in lopend onderzoek van het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen over deze problematiek. Het bevat de meeste recente waarden van een aantal indicatoren van de ‘ongekwalificeerde uitstroom’. Daarmee sluit dit rapport aan bij één van de doelstellingen van de Beleidsnota 2004–2009, Onderwijs en Vorming van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, namelijk: het construeren en opvolgen van ‘goede en betrouwbare indicatoren’ van de effecten van onderwijs. Bovendien identificeert de Beleidsnota het feit dat sommige jongeren niet of laag gekwalificeerd op de arbeidsmarkt komen als een belangrijk probleem. Het verwezenlijken van een betere aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt wordt aangeduid als één van de vier doelstellingen waarop het onderwijsbeleid zal worden afgerekend.
De meest complete indicator van de ongekwalificeerde uitstroom die op dit moment beschikbaar is, houdt rekening met kwalificaties via het voltijds én het deeltijds onderwijs. Volgens deze indicator is de ongekwalificeerde uitstroom de laatste jaren geleidelijk toegenomen, zowel bij de meisjes als bij de jongens. Het meest recente cijfer toont een lichte verbetering (daling), het nettoresultaat van een toename bij de jongens en een daling bij de meisjes.

G. Van Landeghem & J. Van Damme (2008), Indicatoren van de ongekwalificeerde uitstroom. Verwerking van de gegevens van 2005 en integratie van het modulair beroepsonderwijs (Rapport SSL/OD1/2007.01), 47 p. Lees meer
Hoe jongeren van dertien tot twintig door het onderwijs stromen

Dit rapport beschrijft hoe leeftijdsgenoten jaar na jaar uit elkaar groeien en zich in steeds meer gespreide slagorde door de vertakkingen van het onderwijssysteem bewegen. Het is een volgende stap in een reeks rapporten over de doorstroming van geboortecohorten door het Vlaams onderwijs. In het brandpunt van dit nieuwe rapport staat de 'bovenbouw' (tweede en derde graad) van het voltijds gewoon secundair onderwijs.
Het rapport toont aan hoe jongeren van dertien tot twintig door het onderwijs stromen en hoe dit patroon evolueert. Zo leren we o.a. dat: 1) de onderwijsvormen niet even populair zijn en dat jongens en meisjes heel verschillend kiezen; 2) er een sterk contrast is tussen de onderwijsvormen inzake hun leeftijdsstructuur en 3) de bovenbouw van het voltijds secundair onderwijs duidelijk een hoger rendement heeft voor de meisjes dan voor de jongens, en deze kloof recent nog een beetje vergroot is. Het rapport besteedt ook extra aandacht aan het ‘zevende leerjaar’ en benadrukt tenslotte de behoefte aan een kwantitatieve evaluatie van het zevenjarig ‘experiment modularisering’ in het beroepsonderwijs.

G. Van Landeghem & J. Van Damme (2008), Geboortecohorten in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs. Evolutie van 1989-1990 tot 2005-2006 (Rapport SSL/OD1/2007.02), 113 p.
Lees meer
Groot onderwijsdebat n.a.v. de publicatie van het boek 'De school van de ongelijkheid'
donderdag 20 maart 2008, Gent
Meer informatie

School van de ongelijkheid - studiedag
zaterdag 12 april 2008, Antwerpen
Meer informatie

Maken jongeren in Vlaanderen de overgang van school naar werk met succes?
donderdag 24 april 2008, Antwerpen
Meer informatie
Ik wens op de hoogte gehouden te worden van nieuws en activiteiten van het steunpunt SSL.
Ik wens niet verder de e-nieuwsbrief te ontvangen.